De eerste nachtvorst staat weer op de kalender. Overdag merk je er weinig van, ’s nachts zakt het kwik in de schuur, de kruipruimte en achter de buitenmuur net onder nul. Precies daar lopen de leidingen die niemand ziet, tot er eentje knapt. Een bevroren waterleiding kost je in het gunstigste geval een ochtend zonder water, in het slechtste geval een natte vloer en een loodgieter in de kerstvakantie. Voor een gewoon huis is winterklaar maken een klus van een uurtje. In dit artikel loop je eerst je huis door, daarna je bedrijfspand, en werk je als installateur ook voor je klanten af wat vóór de vorst geregeld moet zijn.
Waarom een bevroren leiding zo’n dure grap is
Water zet uit als het bevriest. Zit dat water opgesloten in een leiding, dan drukt het ijs de wand naar buiten en scheurt een koppeling of de buis zelf. Het gemene is dat je daar op dat moment niets van merkt: zolang het ijs erin zit, lekt er niks. De ellende begint pas bij de dooi, vaak op een moment dat niemand thuis is of de zaak dicht is. Daarom draait winterklaar maken om twee dingen: water weghalen waar het kan bevriezen, en de leidingen die vol moeten blijven warm genoeg houden.
Buitenkraan vorstvrij maken in vier stappen
De buitenkraan is de klassieker. Hij hangt aan de koudste kant van je huis en het stukje leiding ernaartoe loopt vaak door een onverwarmde muur of garage. Zo maak je ‘m winterklaar:
- Haal de tuinslang eraf. Een slang die blijft hangen houdt water in de kraan vast, en dan helpt de rest van dit lijstje weinig.
- Draai binnen de afsluiter van de buitenkraan dicht. Die zit meestal vlak achter de muur waar de kraan doorheen komt, soms in de meterkast of onder het aanrecht.
- Zet buiten de kraan open en laat het laatste water eruit lopen. Zit er een aftapkraantje bij de binnenafsluiter, draai dat dan ook even open met een bakje eronder.
- Laat de buitenkraan de hele winter open staan. Blijft er toch een restje water achter, dan kan het ijs uitzetten zonder iets kapot te drukken.
Heb je een vorstvrije buitenkraan? Dan zit de afsluiting niet buiten aan de muur, maar binnen in het warme deel van de leiding, en loopt de kraan na het dichtdraaien vanzelf leeg. Ook dan geldt: slang eraf, anders kan het water nergens heen en vriest ‘ie alsnog kapot. Geen binnenafsluiter en geen vorstvrije kraan? Dan is dit de winter om er eentje te laten zetten, of in elk geval de kraan goed in te pakken met een isolatiehoes of een flinke laag buisisolatie.
Waterleiding isoleren: welke leidingen en waarmee
Binnen in een verwarmd huis bevriest een waterleiding vrijwel nooit. Het gaat om de plekken waar het ’s winters bijna net zo koud is als buiten: de kruipruimte, de garage, de schuur, een onverwarmde zolder en leidingen die langs een buitenmuur of door een kier bij een doorvoer lopen. Loop die plekken een keer na met een zaklamp en kijk waar koud water, cv-water of de leiding naar de buitenkraan zichtbaar loopt.
Isoleren doe je met buisisolatie: schuimrubberen of polyethyleen schalen die je om de leiding klikt. Let daarbij op drie dingen:
- Pak de leiding helemaal in, ook bochten, koppelingen en de laatste centimeters tot de muur. Een kaal stukje bij een doorvoer is precies waar het misgaat.
- Plak de naden dicht met tape die tegen vocht kan, anders trekt er koude lucht langs de leiding onder de isolatie door.
- Dicht de kieren rond doorvoeren in de buitenmuur en de vloer. Een tochtstroom van buiten koelt een leiding veel sneller af dan stilstaande koude lucht.
Vergeet de watermeter niet. Staat die in een put of in een meterkast tegen een koude buitenmuur, dan hoort daar ook isolatie omheen.
Isolatie vertraagt het afkoelen, maar maakt geen warmte. Vriest het een week lang door in een ruimte waar niets gestookt wordt, dan haalt een geïsoleerde leiding het ook niet. Dan heb je een beetje warmte nodig.
Bijverwarmen waar isolatie niet genoeg is
Een schuur met een wasmachineaansluiting, een garage waar de cv-leidingen doorheen lopen, een werkplaats met een kraan: daar wil je het in een vorstperiode net boven nul houden. Een elektrische kachel met thermostaat is daarvoor de makkelijkste oplossing. Zet de thermostaat op een lage stand en de kachel slaat alleen aan als de temperatuur echt zakt. De rest van de tijd staat ‘ie uit en kost ‘ie niets.
In de shop ligt bijvoorbeeld de Biogreen Palma Twin, een compacte kachel van 2 kW met een losse thermostaat en een ventilator die de warmte door de ruimte blaast. Voor een grotere garage of werkplaats is de Remko EM 2000 een stevige bouwkachel van 2,2 kW met thermostaat, gewoon op een stopcontact van 230 volt.
Een paar regels voor veilig gebruik:
- Houd ruimte rond de kachel vrij en zet ‘m niet naast de verfblikken, de benzine voor de grasmaaier of een stapel karton.
- Gebruik je een kabelhaspel, rol ‘m dan helemaal af. Een opgerolde haspel met twee kilowatt erop wordt heet en kan smelten.
- Reken even na wat het kost: een kachel van 2 kW gebruikt 2 kWh per uur dat hij echt aanstaat. Met de thermostaat laag is dat per nacht maar een deel van de tijd.
Wil je weten of elektrisch bijverwarmen bij jou slim is vergeleken met gas, lees dan ons artikel over de elektrische kachel als verwarming.
Je eigen pand: winkel, horeca, school of loods
Heb je een bedrijfspand, dan geldt alles hierboven ook, met één verschil: er zijn meer koude hoeken en minder mensen die ze in de gaten houden. Denk aan het magazijn achter de winkel, de toiletgroep tegen de buitenmuur, de bijkeuken van een restaurant, de loods waar alleen op werkdagen iemand komt. En denk vooral aan de kerstsluiting: een pand dat twee weken dicht is met de verwarming uit, is precies waar een leiding de tijd krijgt om te bevriezen.
Zo loop je je pand winterklaar:
- Zet de verwarming tijdens een sluiting niet uit, maar op een lage stand. De meeste thermostaten en gebouwregelingen hebben daar een vorstbeveiligingsstand voor.
- Maak de buitenkranen winterklaar zoals hierboven, ook die ene bij de laadkuil of op het terras.
- Haal alles leeg wat buiten staat en water bevat: terrasfonteintjes, slangen, de hogedrukreiniger, de spoelbak op het terras.
- Zorg dat minstens twee mensen weten waar de hoofdkraan zit en hoe je ‘m dichtdraait. Hang desnoods een briefje bij de meterkast.
- Heb je een koude ruimte met leidingen die je niet kunt isoleren, zet daar dan een elektrische kachel op thermostaat neer, met dezelfde veiligheidsregels als thuis.
- Laat de ventilatie gewoon draaien. Een pand dat dicht zit en niet ventileert, krijgt last van vocht en schimmel, en dat ruik je als je in januari de deur opendoet.
WTW en ventilatie bij vorst
Heb je balansventilatie met warmteterugwinning, dan verdient die aandacht vóór de vorst. In de warmtewisselaar van een WTW-unit zit condenswater. Komt er buitenlucht van onder nul binnen, dan kan dat water in de wisselaar bevriezen. De unit heeft daar een ontdooiprogramma voor, maar dat gaat ten koste van het rendement en van de hoeveelheid verse lucht. Bij strenge vorst kan een unit zelfs tijdelijk stilvallen.
De oplossing heet voorverwarmer of pre-heater: een verwarmingselement in het toevoerkanaal dat de buitenlucht een paar graden opwarmt voordat die de wisselaar bereikt, en dat alleen aanslaat als het nodig is. Sommige units hebben ‘m ingebouwd, zoals de Zehnder ComfoAir E400 met voorverwarmer. Voor andere systemen bestel je ‘m los, bijvoorbeeld de pre-heater voor de DucoBox Energy Comfort Plus. Weet je niet of jouw unit er een heeft, kijk dan in de handleiding of op het typeplaatje.
Verder horen deze drie dingen bij je wintercheck van de WTW:
- Controleer de condensafvoer. Die moet vrij lopen en op een sifon zijn aangesloten, zodat er geen koude lucht via de afvoer naar binnen trekt. Een afvoer die door een koude ruimte loopt, kan zelf bevriezen.
- Vervang of reinig de filters aan het begin van het stookseizoen. Vuile filters laten minder lucht door, waardoor de unit harder moet werken en de balans tussen toevoer en afvoer verschuift. Filters voor de meeste merken vind je bij WTW filters en toebehoren.
- Zet de ventilatie niet uit omdat het koud is. De warmtewisselaar haalt juist de warmte uit de afgevoerde lucht, dus uitzetten levert vooral vocht en schimmel op. Waarom dat zo zit, lees je in ons artikel over mechanische ventilatie uitzetten.
Bij klanten: vorstschade voorkomen als installateur
Werk je als installateur, dan is november het moment voor het vorstrondje bij je klanten. Voor jou is het een half uur per adres, voor je klant het verschil tussen een rustige winter en een schademelding. En een klant die je in november ziet, belt jou in januari als er toch iets stuk gaat.
Wat je meeneemt in die check:
- Buitenkranen: afsluiter dicht, kraan leeg en open. Geen binnenafsluiter? Bied een vorstvrije buitenkraan aan, een klein klusje waar je klant elke winter plezier van heeft.
- WTW-units: filters, condensafvoer met sifon, en de vraag of er een voorverwarmer in zit. Zo niet, dan is dit het moment om er eentje te plaatsen, zeker bij klanten die vorige winter klaagden over een unit die stilviel of herrie maakte bij vorst.
- Leidingen in kruipruimtes en garages: isolatie compleet, doorvoeren dicht, aftappunt aanwezig.
- Buitenunit van de warmtepomp: de condensafvoer moet vrij lopen en niet op een looppad uitkomen, anders ligt er elke ochtend een ijsbaan voor de deur.
Over je eigen spullen: in de kou merk je het verschil tussen kabels. Een gewone pvc-kabel wordt stug en beschadigt sneller bij het oprollen, een neopreen kabel H07RN-F blijft soepel. Rol je kabelhaspel helemaal af als er een kachel of bouwdroger op hangt. En neem een goede werklamp mee, want om vier uur is het in een kruipruimte al nacht.
Als een leiding toch bevroren is
Komt er op een ochtend geen water uit de kraan, dan is de kans groot dat er ergens ijs in de leiding zit. Zo ga je te werk:
- Draai eerst de hoofdkraan dicht. Blijkt de leiding gescheurd, dan stroomt er bij de dooi geen water je huis in.
- Zet de kraan die het dichtst bij de bevroren plek zit open, zodat het smeltwater weg kan.
- Verwarm de leiding langzaam, vanaf de kraan terug richting de bevroren plek: met warme doeken, een föhn of een kachel in de ruimte. Nooit met een gasbrander of open vuur, dat beschadigt de leiding en is bij kunststof of in een kruipruimte levensgevaarlijk.
- Controleer na het ontdooien alle koppelingen en zet de hoofdkraan pas weer open als je zeker weet dat er niets lekt.
Kom je er niet bij, of twijfel je of er iets gescheurd is, schakel dan een installateur in.
Veelgestelde vragen over waterleidingen en vorst
Bij welke temperatuur bevriest een waterleiding?
Water bevriest bij nul graden, maar een leiding in een afgesloten ruimte heeft tijd nodig om zo ver af te koelen. Eén nachtje lichte vorst is zelden een probleem. Een paar dagen stevige vorst met wind op een ongeïsoleerde leiding in een kruipruimte of schuur wel. Hoe dunner de leiding en hoe meer tocht, hoe sneller het gaat.
Moet ik de kraan laten druppelen bij vorst?
Stromend water bevriest minder snel, dus een druppelende kraan helpt een beetje bij een leiding die je niet kunt isoleren of verwarmen. Het is een noodmaatregel, geen oplossing: je verspilt water en de afvoer kan alsnog bevriezen. Isoleren en de ruimte een beetje warm houden werkt beter.
Mag mijn WTW-unit uit als het vriest?
Liever niet. De unit is gebouwd om bij vorst door te draaien, met een ontdooiprogramma of een voorverwarmer. Zet je ‘m uit, dan hoopt vocht zich op in huis en loopt de condensafvoer alsnog het risico te bevriezen. Valt de unit steeds stil bij vorst, dan is een voorverwarmer de oplossing.
Winterklaar met materiaal van Weltechniek
Of je nu je eigen schuur, een bedrijfspand of de huizen van je klanten de winter door helpt: het materiaal ligt bij ons klaar. Elektrische kachels van Remko en Biogreen met thermostaat, WTW units van Zehnder met ingebouwde voorverwarmer en de losse pre-heater voor Duco, filters voor Duco, Zehnder en Vent-Axia, en kabel en haspels die tegen een stootje kunnen. Scherp geprijsd, en twijfel je wat bij jouw situatie past, mail ons dan je vraag.